Wereldwijd uniek cultuurlandschap






 
In de Duin- en Bollenstreek is er sprake is van een uniek cultuurlandschap. Uniek in die zin dat deze streek, evenals dit het geval is bij bijvoorbeeld de Beemsterpolder, in de loop der eeuwen vrijwel volledig door mensenhand is vormgegeven. Uniek ook in die zin dat dit type landschap verder nergens anders ter wereld kan worden aangetroffen. Een landschap dat we vanwege zijn specifieke cultuurhistorische waarden dus eigenlijk tot het werelderfgoed zouden kunnen rekenen. De huidige opvatting met betrekking tot cultuurhistorische waarden is, dat zij zelfs bepalend zijn voor de specifieke identiteit, leefkwaliteit en belevingskwaliteit van onze regio.

Dr. Jan Beenakker (1946-2013) van de Universiteit van Amsterdam typeerde de Duin- en Bollenstreek bijvoorbeeld als volgt: “De Duin- en Bollenstreek is in cultuurhistorisch opzicht, zowel nationaal als internationaal, uniek vanwege de op een betrekkelijk kleine oppervlakte aanwezige afwisseling van verschillende bijzondere landschappen: Oude en Jonge Duinen (strandwallen), strandvlakten, zanderijen, de oeverwallen langs de Rijn, veenweidegebieden, plassen en droogmakerijen. De cultuurhistorische waarde van de Duin- en Bollenstreek wordt extra versterkt doordat nog een aantal andere opvallende elementen in het landschap aanwezig is. Slechts enkele voorbeelden hiervan zijn het scherpe contrast tussen duinen en zanderijen, bloembollenvelden, lange zichtlijnen, een patroon van hooggelegen wegen en zandsloten, weteringen, de trekvaart tussen Leiden en Haarlem, lintbebouwing, buitenplaatsen, een ridderhofstad, watertorens, bollenschuren met een bijzondere architectuur, duinrellen, oude beken en beukenhagen. Samen vormen deze elementen een karakteristiek landschap dat op zeer veel plaatsen nog gaaf aanwezig is. Vandaar dat de Duin- en Bollenstreek met recht een cultuurhistorische “schatkamer” kan worden genoemd.”

Kenmerkend voor de landschappelijke structuur van de Duin- en Bollenstreek zijn ondermeer de eeuwenoude strandwallen en strandvlaktes en de wijze waarop die nog steeds herkenbaar zijn in het huidige agrarische gebruik. Strandwallen zijn de binnenduinruggen die parallel aan de kust liggen in het hele Nederlandse kustgebied. In de Duin- en Bollenstreek lopen er meerdere van deze duinruggen parallel aan elkaar in N-Z-richting: bijvoorbeeld de strandwal die van Vogelenzang via De Zilk en Noordwijkerhout naar Noordwijk loopt en oostelijk daarvan de strandwal van Bennebroek via Hillegom, Lisse en Sassenheim naar Warmond. Daartussen liggen de strandvlaktes: de lagere gedeeltes waar het vochtiger was en waar een veenlaag ontstond. In de middeleeuwen werd daarop tuinbouw bedreven maar vanwege effectieve drainage middels zogenaamde wateringen verzakte de grond en bleken deze gebieden uiteindelijk alleen nog maar geschikt voor grasland, waarop hoofdzakelijk veeteelt werd bedreven. Overigens werd een aantal wateringen in deze strandvlaktes in 1657 vergraven tot de Leidsevaart. Het patroon van strandwallen en strandvlaktes is in het hele kustgebied te vinden, maar in de Duin- en Bollenstreek zijn de strandwallen in de loop der eeuwen grotendeels afgegraven, met name rond Hillegom, Lisse en Noordwijkerhout, maar ook bij Noordwijk en Katwijk, op enkele restanten na zoals het Keukenhofbos. Door het afgraven zijn zanderijen ontstaan, met regelmatige slotenpatronen en hoge wegen die nu nog altijd op het oude duinniveau liggen. In eerste instantie gebeurde dat afgraven puur voor de opbrengst van het zand, dat afgevoerd werd naar de steden als ophoogzand. Bovendien bleek dat die ontgonnen geestgronden goede tuinbouwgrond opleverden, waar aanvankelijk vooral vruchten en fijne groenten op geteeld werden, maar vanaf 19e eeuw steeds meer bloembollen.Al in de 16e eeuw werd het duinzand afgevoerd via de zandsloten, het Haarlemmermeer en de Trekvaart, met als doel zandwinning. Het zand werd gebruikt om slappe veengrond mee te verstevigen of verscheept voor de uitbreiding van de steden. Op deze zanderijgronden werd eerst groente- en fruitteelt bedreven, vanaf de 18e eeuw kwam daar de bloembollenteelt bij, die vanaf het midden van de 19e eeuw op grote schaal plaatsvond.Al in de 16e eeuw werd het duinzand afgevoerd via de zandsloten, het Haarlemmermeer en de Trekvaart, met als doel zandwinning. Het zand werd gebruikt om slappe veengrond mee te verstevigen of verscheept voor de uitbreiding van de steden. Op deze zanderijgronden werd eerst groente- en fruitteelt bedreven, vanaf de 18e eeuw kwam daar de bloembollenteelt bij, die vanaf het midden van de 19e eeuw op grote schaal plaatsvond. Al in de 16e eeuw werd het duinzand afgevoerd via de zandsloten, het Haarlemmermeer en de Trekvaart, met als doel zandwinning. Het zand werd gebruikt om slappe veengrond mee te verstevigen of verscheept voor de uitbreiding van de steden. Op deze zanderijgronden werd eerst groente- en fruitteelt bedreven, vanaf de 18e eeuw kwam daar de bloembollenteelt bij, die vanaf het midden van de 19e eeuw op grote schaal plaatsvond. Al in de 16e eeuw werd het duinzand afgevoerd via de zandsloten, het Haarlemmermeer en de Trekvaart, met als doel zandwinning. Het zand werd gebruikt om slappe veengrond mee te verstevigen of verscheept voor de uitbreiding van de steden. Op deze zanderijgronden werd eerst groente- en fruitteelt bedreven, vanaf de 18e eeuw kwam daar de bloembollenteelt bij, die vanaf het midden van de 19e eeuw op grote schaal plaatsvond. Al in de 16e eeuw werd het duinzand afgevoerd via de zandsloten, het Haarlemmermeer en de Trekvaart, met als doel zandwinning. Het zand werd gebruikt om slappe veengrond mee te verstevigen of verscheept voor de uitbreiding van de steden. Op deze zanderijgronden werd eerst groente- en fruitteelt bedreven, vanaf de 18e eeuw kwam daar de bloembollenteelt bij, die vanaf het midden van de 19e eeuw op grote schaal plaatsvond. Al in de 16e eeuw werd het duinzand afgevoerd via de zandsloten, het Haarlemmermeer en de Trekvaart, met als doel zandwinning. Het zand werd gebruikt om slappe veengrond mee te verstevigen of verscheept voor de uitbreiding van de steden. Op deze zanderijgronden werd eerst groente- en fruitteelt bedreven, vanaf de 18e eeuw kwam daar de bloembollenteelt bij, die vanaf het midden van de 19e eeuw op grote schaal plaatsvond.wereld. De strandwallen in het westen van Hillegom zijn op die manier vrijwel totaal afgegraven. Al in de 16e eeuw werd het duinzand afgevoerd via de zandsloten, het Haarlemmermeer en de Trekvaart, met als doel zandwinning. Het zand werd gebruikt om slappe veengrond mee te verstevigen of verscheept voor de uitbreiding van de steden. Op deze zanderijgronden werd eerst groente- en fruitteelt bedreven, vanaf de 18e eeuw kwam daar de bloembollenteelt bij, die vanaf het midden van de 19e eeuw op grote schaal plaatsvond. De afgegraven strandwallen zijn dus cultuurhistorisch belangrijk omdat ze een zanderijenlandschap hebben opgeleverd, dat kenmerkend is voor de Duin- en Bollenstreek en overigens uniek in de wereld. 

De provincie Zuid-Holland erkent de waarde van deze zanderijen. In de Cultuurhistorische Hoofdstructuur voor de Duin- en Bollenstreek, noemt de provincie het zanderijlandschap, als subtype van het strandwallenlandschap, een zeldzaam landschapstype. Gebieden zoals het zanderijgebied ten westen van Hillegom krijgen een hoge waardering omdat "hier nog gave onderdelen aanwezig zijn, zoals hoge wegen met waardevolle lintbebouwing, de monumentale kwekerij Veelzorg en het patroon van de zanderijvaarten. En ook omdat het afgezande gebied samenvalt met een gaaf bewaarde en nog in gebruik zijnde inrichting voor de bollenteelt." Voor de bollenteelt zijn de gronden op de afgegraven strandwallen zo belangrijk omdat juist daar de eersteklas teeltgrond (duinzand met een bepaalde korrelstructuur) te vinden is, die met name voor de hyacintenteelt van eminent belang is.  


U bevindt zich hier: Home Duin- en Bollenstreek